|
![]() |
|
|
|
.
.
.
Te hoge belastingen, zoals ´vliegende starts´, remmen met geblokkeerde wielen of extreme snelheden in bochten, leiden altijd tot vroegtijdige slijtage en verminderen de rentabiliteit
van de band.
Een te lage bandenspanning brengt een grote vervorming en verhitting van de band met zich mee, wat tot een klapband kan leiden. Langzaam luchtverlies kan door vreemde voorwerpen, bijvoorbeeld spijkers, defecte ventielen of beschadigde velgen worden veroorzaakt. Daarom is een regelmatige controle van de bandenspanning nodig.
Stoepranden slechts langzaam en zoveel mogelijk in een rechte hoek oprijden. Niet stoten
tegen hoge kanten (zoals stenen), dit kan tot verborgen beschadiging van de band leiden, die
pas later zichtbaar worden. Het gevaar bestaat dan bij hoge snelheden een klapband op te
lopen met alle gevolgen van dien.
Voer regelmatig een controle op eventuele zichtbare beschadigingen van de banden uit: gaten, inkervingen, scheuren of ingedrongen vreemde voorwerpen. Deze laatste kunnen de band ook inwendig beschadigd hebben. Raadpleeg daarom altijd een vakman voor mogelijke reparatie.
Indien de reparatie onmogelijk of problematisch is, vervang de band dan.
.
Gebruik nooit tweedehands banden waarvan de voorgeschiedenis onbekend is. Overigens,
banden verouderen; ook als er niet of slechts weinig mee gereden wordt. Na 6 jaar mag het reservewiel slechts in noodgevallen worden gebruikt en moet men er heel voorzichtig mee rijden.
.
.
|
|||||||||||||||||||||||||||